Ga naar inhoud
Alle artikels
Inside the Peloton5 min leestijd12 mei 2026

Waalse Klassiekers 2026 🇧🇪🇳🇱 - Vier Koersen, Tien Dagen, Eén Lichaam

Van de Brabantse hellingen tot de Ardennen: Brabantse Pijl, Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik met AG Insurance Soudal.

Jessica Van Melkebeke
Jessica Van MelkebekeMsc. Kinesitherapie & Osteopathie
AG Insurance Soudal teamverzorging tijdens de Waalse Klassiekers 2026

Tien dagen, vier koersen, één ploeg

Jessica Van Melkebeke reikt bidons aan tijdens de bevoorrading

De Waalse Klassiekers zijn geen losse koersen. Het is een blok: Brabantse Pijl op 17 april, Amstel Gold Race op 19 april, Waalse Pijl op 22 april en Luik-Bastenaken-Luik op 26 april. Vier wedstrijden in tien dagen, samen goed voor bijna 590 kilometer en meer dan 7.700 hoogtemeters. Het terrein verschuift van de korte, punchy hellingen in Brabant naar de langere côtes van de Ardennen. Die overgang is niet alleen tactisch relevant, ze verandert ook wat het lichaam moet verwerken. Kort en explosief in Overijse en Berg en Terblijt, lang en slopend op de Redoute en de Roche-aux-Faucons. Als kinesitherapeut en osteopaat moet je die verschuiving meevolgen in de behandelingen.

In de avonden voor en tussen de koersen lag de focus op de heupflexoren, de thoracale wervelkolom en de scapulaire stabilisatoren. Na de eerste twee wedstrijden verschoof het accent naar de lumbale- en cervicale wervelkolom en het middenrif. Ik combineerde mobilisatietechnieken met fasciale release en craniosacrale technieken om de accumulatie van spanning te beheersen. Elk behandelmoment is een balans: genoeg doen om het weefsel klaar te maken voor de volgende belasting, maar niet zoveel dat je het herstelproces verstoort.

Van Overijse naar Luik: het koersweekend

AG Insurance Soudal rensters na de finish van de Brabantse Pijl

De Brabantse Pijl opende het blok op vrijdag 17 april. 125,7 kilometer van Lennik naar Overijse, bij 18 graden en over een parcours met korte hellingen zoals de Moskesstraat. Via de koersradio hoorde ik dat een kopgroep van tien rensters wegreed op ongeveer 100 kilometer van de finish. Loes Adegeest en Anneke Dijkstra probeerden later nog weg te rijden, Anna van der Breggen reed hen achterna na een aanval op de Moskesstraat. Ze werden vlak voor de laatste kilometer bijgehaald en het kwam op een sprint aan die Célia Gery won. Ashleigh Moolman-Pasio finishte als vierde, in dezelfde tijd als de winnares. Aan de finish hoorde ik haar zeggen: "now I finally got my legs back." Die woorden gaven meteen een boost aan het hele team en de staff om de positieve toon verder te zetten naar de volgende race van het blok.

Twee dagen later, zondag 19 april, de Amstel Gold Race. 158,1 kilometer van Maastricht naar Berg en Terblijt, 13 graden en een heel ander parcours: de Cauberg, de Bemelerberg, de Gulperberg. Met 39 kilometer te gaan scheurde het peloton op de Cauberg uiteen. Nienke Vinke en Paula Blasi reden weg op 25 kilometer van de streep, waarna Blasi alleen doortrok en solo won na 23 kilometer voorop. Moolman-Pasio finishte als elfde. Opnieuw in de eerste groep, opnieuw sterk. Tussen Brabantse Pijl en Amstel was er maar één avond om in te zetten op full recovery. De focus lag op zachte release technieken om alles dat intens belast werd op de korte hellingen optimaal te begeleiden in herstel.

Na twee rustdagen volgde de Waalse Pijl op woensdag 22 april: 148,2 kilometer met aankomst op de Mur de Huy, die beruchte muur van 1,3 kilometer aan gemiddeld 9,6 procent met pieken tot 26 procent. Het terrein veranderde nu volledig. Geen korte hellingen meer, maar lange côtes: de Côte de Bohissau, de Côte d'Ereffe, de Côte de Cherave. Een kopgroep van elf rensters werd bij het begin van de finale bijgehaald. Op de Mur de Huy bleek Demi Vollering de sterkste in de sprint van een uitgedund groepje, voor Puck Pieterse en Paula Blasi. Lore De Schepper finishte als achttiende, op 1 minuut en 26 seconden. Vier dagen later kwam het sluitstuk: Luik-Bastenaken-Luik op zondag 26 april. Deze tussenperiode gaf niet alleen optimale tijd om de rensters individueel te behandelen en aan ieders individuele nood te voldoen, maar ook om iets anders in te cluderen: vrije tijd. Zowel de staff als de rensters genoten optimaal van de omgeving rond Les Ecuries De La Reine (hotel La Gleize) door de rust op te zoeken, en het bijhorend wild, in de omliggende bossen voor rustige wandelingen en korte loopjes. De moeite waard om even je gedachten fris te krijgen voor de werkdag of als ultiem rustmomentje in de recovery van de rensters. 156 kilometer, 2.632 hoogtemeters, tien gecategoriseerde beklimmingen. De zwaarste koers van het blok. Voortdurende aanvallen verhinderden elke vroege ontsnapping. Op de Côte de la Redoute, met 34 kilometer te gaan, versnelde Vollering en reed alleen weg. Achter haar jaagden Pieterse, Niewiadoma en Van der Breggen, maar Vollering hield stand en won voor de derde keer. De Schepper finishte opnieuw als achttiende, op 2 minuten en 52 seconden. Moolman-Pasio werd 27ste. Na vier koersen en bijna 590 kilometer voelde je de vermoeidheid door het hele team.

Wat cumulatieve belasting leert

Renster drinkt water na de finish in de regen, paraplu boven haar hoofd

Wat me het meest bijblijft van dit blok is niet één koers, maar het totaal. Vier wedstrijden in tien dagen leggen patronen bloot die je in een enkele koers niet ziet. Na de Brabantse Pijl voelde alles nog fris. Na Amstel begonnen de eerste signalen: stijfheid in de lumbale- en cervicale wervelkolom, spanning in het middenrif. Na de Waalse Pijl verschoof de belasting naar de diepe heupmusculatuur en de kuitspieren door de langere beklimmingen. En na Luik was het een optelsom van alles. Dat cumulatieve effect, die geleidelijke stapeling van weefselbelasting over dagen en weken, is precies wat ik dagelijks zie bij patiënten in de praktijk. Een loper die zijn volume te snel opbouwt. Een kantoormedewerker die na drie weken verkeerde houding plotseling nekpijn krijgt. Het lichaam waarschuwt niet na dag één, het waarschuwt na een periode.

In het wielrennen op dit niveau leer je dat herstel geen passief proces is. Tussen vier koersen in tien dagen kun je niet wachten tot het lichaam zichzelf herstelt. Je moet actief ingrijpen: mobilisatie, fasciale release, het bijsturen van compensatiepatronen die ontstaan wanneer vermoeidheid de bewegingskwaliteit aantast. Dat is precies wat progressief opbouwen betekent in de revalidatie. Niet simpelweg meer doen, maar op het juiste moment de juiste belasting toevoegen, met aandacht voor hoe het weefsel reageert. Lore De Schepper die twee keer als achttiende finisht in WorldTour-koersen, Ashleigh Moolman-Pasio die vier keer in de eerste groep eindigt: dat zijn resultaten die alleen mogelijk zijn wanneer de balans tussen belasting en herstel klopt. Die wisselwerking beheersen, op de weg en in de behandelkamer, is wat ik meeneem van elk blok naar elke patient bij Thrive.

Vragen over dit onderwerp?

Neem contact op voor een persoonlijk adviesgesprek in onze praktijk in Herzele.